Veel mensen schillen hun appel of peer uit gewoonte, maar daarmee gooi je vaak het meest waardevolle deel weg. De schil van fruit zit boordevol vezels, vitamines en antioxidanten die net onder het oppervlak geconcentreerd zitten.
Wat zit er precies in de schil?
De schil bevat een groot deel van de onoplosbare vezels van het fruit. Die vezels helpen je spijsvertering op gang en zorgen ervoor dat je langer een verzadigd gevoel houdt. Daarnaast bevat de schil vaak meer vitamine C en plantaardige kleurstoffen dan het vruchtvlees zelf. Bij een appel zit bijvoorbeeld een flink deel van de quercetine, een natuurlijke antioxidant, juist in de schil.
Fruit waarbij de schil de moeite waard is
- Appels en peren: goed wassen en met schil eten
- Pruimen, abrikozen en perziken: de schil voegt vezels en smaak toe
- Druiven: de schil bevat veel kleurstoffen
- Komkommer en kiwi: ook hier kun je de schil meenemen, mits goed schoongemaakt
Wel goed wassen
Het enige nadeel van fruit met schil is dat er resten van spuitmiddelen of vuil op kunnen zitten. Spoel je fruit daarom altijd grondig af onder stromend water en wrijf het droog met een doek. Kies waar mogelijk voor biologisch fruit als je vaak de schil meeneemt.
Door je fruit voortaan met schil te eten, haal je dus meer voedingsstoffen binnen zonder extra moeite. Het scheelt bovendien tijd in de keuken en levert minder afval op. Een kleine gewoonte met een verrassend groot effect op je dagelijkse vezelinname.
