Fruit dat in het seizoen groeit, smaakt vaak beter, is voordeliger en bevat meer voedingsstoffen. Toch grijpen we het hele jaar door naar dezelfde soorten, zonder na te denken over wat er op dat moment vers verkrijgbaar is. Met een beetje seizoensbewustzijn eet je gevarieerder en bewuster.
Waarom seizoensfruit beter is
Fruit dat op natuurlijke wijze rijpt, krijgt de tijd om volledig op smaak te komen. Het hoeft niet van ver te komen of lang gekoeld te worden bewaard, waardoor het meer vitamines behoudt. Bovendien is er in het seizoen veel aanbod, wat de prijs gunstig houdt.
Wat eet je wanneer?
- Lente: aardbeien, rabarber en de eerste kersen
- Zomer: frambozen, bessen, pruimen en abrikozen
- Herfst: appels, peren, druiven en vijgen
- Winter: mandarijnen, sinaasappels en bewaarappels
Slim inkopen doen
Let bij de groenteboer of op de markt op wat er ruim aanwezig en scherp geprijsd is. Dat is meestal een teken dat het volop in het seizoen zit. Koop niet te veel tegelijk, want rijp fruit bederft snel. Bewaar zacht fruit zoals bessen in de koelkast en laat appels en peren juist op kamertemperatuur narijpen.
Door mee te bewegen met de seizoenen ontdek je vanzelf nieuwe smaken en wissel je af in je fruitschaal. Je portemonnee merkt het verschil en je lichaam krijgt een breder palet aan voedingsstoffen binnen. Probeer eens bewust te kiezen voor wat er nu groeit.
